Gratis verzending
Inclusief montage en installatie
5 jaar garantie
Verpakkingsmateriaal retour

De 25 vreselijkste managementwoorden en hun betekenis

  • Geplaatst op
  • Door Redactie
De 25 vreselijkste managementwoorden en hun betekenis

Hoewel ‘ergens een plasje over doen’ eigenlijk heel vies klinkt en ‘ergens op schieten’ of ‘iets inschieten’ vrij luguber lijkt, is iedere kantoormedewerker wel bekend met deze uitdrukkingen. De meeste managementtaal klinkt ronduit absurd, maar op bijna ieder kantoor wordt het dagelijks gebruikt. Sta jij nog weleens met je oren te klapperen als je collega weer met een nieuwe kreet komt? Maak je geen zorgen: wij geven je een alfabetisch overzicht van de 25 vreselijkste managementwoorden en hun betekenis. Niet alleen om te leren, maar ook om hard om te lachen of van te gruwelen. Aan jou de keuze!

  1. 2.0: alle nieuwe dingen zijn tegenwoordig 2.0. Wordt er een nieuwe website ontwikkeld? Dan is dat website 2.0. Gaan jullie je klantenservice verbeteren? Klantenservice 2.0. De term 2.0 komt uit de internetwereld en wordt tegenwoordig voor nieuwe versies van álles gebruikt. Helaas is niet alles wat 2.0 wordt genoemd daadwerkelijk vernieuwend…
  2. Aanhaken: wordt gebruikt om aan te duiden dat je ergens bij bent: ‘ik zal bij die meeting later op de dag aanhaken’ of ‘haakt Jan ook nog aan?’.
  3. Aanvliegen: hoewel de meeste mensen slechts een of enkele keren per jaar vliegen, vliegen we op kantoor dagelijks diverse taken aan. Aanvliegen betekent dat je ergens mee aan de slag gaat.
  4. Aankaarten: betekent niets anders dan bespreken. ‘Heb je de hoogte van je salaris nog aangekaart tijdens je beoordelingsgesprek?’
  5. Aftikken: ‘ik moet vandaag een hoop taken aftikken’, oftewel: je moet nog een hoop doen.
  6. Bila: dit wordt veel gebruikt in salesorganisaties en staat voor ‘bilateraal gesprek’, oftewel een gesprek onder vier ogen. Dat klinkt alleen een stuk minder interessant.
  7. Brainen of Brainstormen: een interessant woord voor nadenken (‘ik moet daar nog even over brainstormen’) of overleggen (‘fijn dat jullie allemaal konden aanhaken bij deze brainstormsessie’).
  8. Challengen: een verbastering van het Engelse ‘to challenge’ wat ‘uitdagen’ betekent. ‘Je moet je medewerkers challengen om het beste uit zichzelf te halen.’
  9. Concullega: een samenstelling van concurrent en collega. Marketeers kunnen bij concurrerende bedrijven werken, maar het zijn wel marketingcollega’s. De benaming concullega wordt vaak verkeerd gebruikt voor bijvoorbeeld concurrenten.
  10. Inschieten: wordt te pas en te onpas gebruikt, zoals ‘een afspraak inschieten’ (een afspraak inplannen) en ‘een issue inschieten’ (een kwestie of probleem bespreken).
  11. Issue: een kwestie of een probleem. ‘Het issue met de server is opgelost, dus iedereen kan weer mailen’.
  12. Klankborden: een ander interessant woord voor overleggen.
  13. Laaghangend fruit: een salesuitdrukking waarmee wordt gerefereerd naar de makkelijkst binnen te halen ‘prooi’.
  14. Lead, de lead hebben/nemen: een Engelse term waarmee wordt aangeduid dat je de leiding hebt of neemt.
  15. Levelen: komt uit het Engels en betekent ‘gelijktrekken’. ‘Na de reorganisatie moesten alle functies weer worden geleveld’.
  16. Offline, iets offline bespreken: een interessante omschrijving voor een bespreking of overleg met echte mensen. Dus geen conference call, Skype of chat.
  17. Out of the box: komt oorspronkelijk uit de creatieve sector om aan te duiden dat je creatief moet denken. Wordt vaak verkeerd gebruikt voor alles wat ‘anders’ of ‘afwijkend’ is.
  18. Over de schutting gooien: een taak aan iemand anders overdragen. Vaak een vervelende taak.
  19. Over je eigen schaduw heen springen: nobele uitdrukking waarmee je uitdrukt dat je niet voor je eigen belang gaat, maar voor een hoger belang (bijvoorbeeld dat van het team of de organisatie).
  20. Plasje, ergens je plasje over doen: een bijdrage leveren of je mening geven. ‘Zet mij ook maar even in de CC, zodat ik daar nog even mijn plasje over kan doen’. Hier bedoelen mensen mee dat ze ergens naar gaan kijken en hun feedback erop gaan geven.
  21. Quick wins: makkelijke verbeteringen. Dit kunnen zowel verbeteringen van een product of dienst als een proces zijn.
  22. Schakelen: afwisselen tussen verschillende taken die om aandacht vragen. ‘Voor deze functie moet je snel kunnen schakelen’.
  23. Sparren: weer een ander woord voor overleggen. Wanneer iemand ‘even met je wilt sparren’, zal hij een aantal ideeën bij je willen toetsen. Ze kunnen je ook vragen om ‘als sparringpartner te fungeren’. Oorspronkelijk komt de term uit het boksen.
  24. Schieten, ergens op schieten: ergens feedback op geven. ‘Hierbij stuur ik je mijn presentatie voor maandag, zodat je er nog even op kunt schieten’.
  25. Terugkoppelen: ergens een reactie op geven. ‘Zodra ik ernaar heb gekeken, kom ik bij je met een terugkoppeling’.

Contact

Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »

Gratis verzending

in heel Nederland (m.u.v. de Waddeneilanden)

Inclusief montage

en installatie

5 jaar garantie

op ons hele assortiment